Bio

Singer-songwriter Koen Deca prutst aan je lijf en ziel.

Een verleden gevuld met ervaring bij verschillende Engelstalige bands zoals Brasso Gitano, Moonchild en Zeppos, opnames in studio’s , optredens op verscheidene festivals, het doet er niet toe. Wat er wel toe doet: de muziek. En in 2006 besluit zanger-pianist-gitarist Koen Deca het voortaan in het Nederlands te doen en plots valt alles op z’n plaats. Gedaan met rond de pot draaien. Teksten op de voorgrond omkaderd met de juiste muziek. Eerlijkheid. Het klopt.
Met nummers als ‘Mediakonijnen’, ‘Rock ’n Roll’ en ‘Parabel’ durft Koen het aan om de nodige kritische vragen te stellen over de maatschappij, de kerk en eigenbelang. ‘Ik wil niet provoceren om te provoceren, dat is goedkoop. Wel wil ik kunnen schrijven over dingen waarbij ik me in dit stukje leven aan erger of zaken die ik echt fout vind, maar evenzeer wil ik passioneel de liefde bezingen. Misschien zeg ik soms wat je niet durft te zeggen tegen de vrouw die naast je zit. Maar hoe serieus je alles neemt, hangt natuurlijk van jezelf af.’
Liedjes over het leven dus, over passie en pijn. Ze ontroeren, doen nadenken of prutsen aan je lijf en ziel.

En toen… op naar het tweede album. Vier dagen trok Koen Deca met zijn band naar een afgelegen huis in het hoge noorden om er zijn nieuwe album ‘Morgen’ op te nemen.  Ze verbouwden er de living tot opnameruimte en sliepen er tussen kabels en microfoons.  Alles ‘live on tape’ en met grote goesting in spelen. En net dat is het wat zo afstraalt op deze tweede plaat: rauw en onversneden, zonder veel gedoe en daardoor recht naar het hart. Elke muzikant hoor je hier spelen; hier wordt nog muziek gemaakt. De plaat opent met het nummer ‘Op reis’, waar Deca ons meeneemt met zijn piano op wielen en het strijden onderweg. “Ik hoef geen schuld te voelen, want ik kreeg al levenslang” maakt ons duidelijk dat deze jongen zingt over wie hij is en wat hij meemaakt. In ‘Sanseveria’ glijdt zijn blik over de mensen in een kroeg en met ‘Noorderburen’ klinkt de piano als een trein. ‘Vriend’ gaat dan weer over het verlies van iemand, waarin de gitaar de blues bezingt. De titelsong ‘Morgen’ is vrolijk en opzwepend “want er wacht alleen maar beter”. Een tijdje terug bracht hij live het nummer ‘Zanna’ van Anna Domino en Luc Van Acker. Deca maakt er op deze plaat zijn eigen versie van en gaat in duet met Luc Van Acker zelve: een heel intens, broeierig en meeslepend lied tot gevolg. Als afsluiter zingt hij  “Verleid me met passie, en niet met Adriaan” waar er dus plaats is voor rock’n roll met een glimlach. Zeven nummers, noem het een mini-album of een ep, maar noem het zeker geen propere plaat. Ze klinkt zoals Deca’s stemgeluid zelf: doorleefd en met een mooie korrel.


P Magazine

3,5****/4
Koen Deca is een no-nonsense artiest. Niks in de handen, niks in de mouwen. ‘Ik hou van eenvoud versierd met gedachten’, zingt hij in “Meest”, een opzwepend, vrolijk liefdesliedje. Dat is niet gelogen. De liedjes op “Affectie aan de rand” hebben geen productietrucjes nodig. Deca, die eruitziet als een kruising tussen Tom Barman en Bruce Sprinsteen, is een sterke, expressieve zanger. Hij is op zijn best in sobere, ingetogen liedjes waarin hij vaak niet meer nodig heeft dan een piano, een akoestische gitaar en een paar drumborstels, hier en daar aangevuld met een verdwaalde cello of een mondharmonica.

Zijn teksten zijn die van de gewone man die stilstaat en schrikt van de immer voortjakkerende maarschappij, maar ook die van de liefde die voorbij is of nog moet komen. Een aanwinst. (PV)

Stage

4****/5
Hij komt tijdens het openingsnummer ‘Affectie’ als het ware auditief verontschuldigend je woonkamer binnengesijpeld met de vraag of hij even je aandacht mag, deze Koen Deca. En je bent nog maar amper enkele minuten ver en het besef overvalt je dat hier een singer-songwriter aan het werk is die recht vanuit het hart spreekt en zingt. Geen pose, geen toverkonijn, geen goedkope cliches die een tekstueel-literaire moeheid of incompetentie moeten maskeren. Wat je hoort is wat je krijgt en het klinkt elf nummers lang zeer oprecht.
Deca heeft als muziaknt ook heel wat te bieden. Hij heeft er jaren aan het conservatorium, de jazzstudio en verschillende bands opzitten maar heeft er voor gekozen die opgedane kennis te gieten in songs die in al hun naaktheid rijk genoeg klinken.

Vaak volstaat een gitaar met een streepje piano of bas, op een ander moment is het bijvoorbeeld de cello van Lode Vercampt of Deca’s mondharmonica die voor een extra sfeerelement zorgen. En zoals hij in ‘Meest’ zingt versiert hij die ‘bedrieglijke’ eenvoud met allerlei gedachten waaruit een groot verlangen spreekt om het jachtige leven van een gevoelsverslindende maatschappij een halt toe te roepen. Luister maar even naar ‘Mediakonijnen’, ‘Rock ‘n Roll’ of ‘Parabel’ en laat je gewillig op sleeptouw nemen dor een man die de liefde, de kerk of het zichzelf voorbijrazende medialandschap met oog voor detail observeert en vaak met de mantel der liefde bedekt.

Producer Yannic Fonderie koos gelukkig voor een zeer organisch klankenpalet dat op geen enkele moment de noten en de woorden versmacht en daar kunnen we alleen maar gelukkig mee zijn. ‘Er is nood aan meer media-aandacht voor dit soort artiesten’ laat Raymond van het Groenewoud in het begeleidende schrijven rond ‘Affectie aan de rand’ weten en we kunnen daar alleen maar volmondig mee instemmen. (DF)

Da Music

Koen Deca mag met ‘Affectie Aan De Rand’ dan wel zijn debuut afleveren, kakelvers in de Vlaamse muziekwereld is hij niet. Hij plaveide eerder aan de weg naar succes bij bands als Brasso Gitano, Moonchild en Zeppos, die hem onder meer op Marktrock brachten. Nu doet hij het dus in het Nederlands en het moet gezegd: zijn teksten zijn bij momenten op zijn minst erg origineel te noemen. Neem bijvoorbeeld het refrein van de oerdegelijke single Mediakonijnen, waarin hij van leer trekt tegen de op sensatie beluste media: “Mediakonijnen, voor mens en zwijnen / Mediakonijnen, nooit traantje kwijnen / Mediawolven, weekendje golfen / Mediagoeroes, maak ons gevoelloos”. De teksten slingeren ergens tussen genialiteit en geschiftheid, en dat is best aangenaam.

Het materiaal is ook vaak voorhanden en Koen Deca laat zich omringen door uitstekende muzikanten. Erg sterke song is het eenvoudige Parabel, waarin Koen Deca kritische vragen stelt over de kerk en een basdwarsfluit het nummer naar hogere sferen tilt. De liefde voor muziek van Koen Deca is aandoenlijk. Aan deze plaat is duidelijk met het hart en ziel gewerkt en dat verdient zonder meer een plekje onder de Nederlandstalige singer-songwriterzon.

Steps Magazine

Een prachtige plaat alternatieve akoustische rock met eerlijke teksten en muziek die blijft hangen. “Als ik maar gelukig ben” klinkt het . En zo klinkt het op zijn eerste cd “Affectie aan de rand”

Raymond van het Groenewoud:

Op zekere dag na de geboorte, dood en verrijzenis van Jezus Christus, beluisterde ik thuis een demo van Koen. Een 3-tal nummers, die heel aangenaam, warm en humaan klonken. Dat zijn misschien geen termen waarmee je promotie voert, maar het deed me deugd nog eens zoiets te horen, omdat het zo weinig voorvalt, en omdat dàt juist iets is wat de medemens weer een eind op weg helpt, qua leven met medemensen ook. In een later stadium deed Koen 2 of 3 keer een voorprogramma in een cultureel centrum, en al lagen de kaarten daar minder goed, niet door zìjn schuld, de liedjes bleven liedjes van Koen, geen krampachtig gedoe in naam van de tijdsgeest, geen pose, en een ontwapenende presentatie erbovenop.

De vraag of er nood is aan dit soort muzikanten kan ik maar positief beantwoorden, er is ook nood aan meer media-aandacht voor dit type muzikanten, beter één echte liedjesman in de hand dan tien poseurs in de lucht. Natuurlijk is het niet aan mij om te beoordelen waar de media aandacht aan moeten besteden, maar het schreef makkelijk weg. Ik hoop dat Koen het volhoudt, want het kan soms lang tegenslaan, zeg ik als ervaringsdeskundige.

Jo Bogaert (Gabriel Rios, Technotronic):

Ik werd onmiddellijk getroffen door de kwaliteit van het geheel : de stem op de eerste plaats.
Een aangename stem, goeie dictie, mooi timbre, karakter. Het was een zacht, licht melancholisch nummer, met een origineel arrangement. Het deed me denken aan kwaliteit van vroeger, kleinkunst met een scherp kantje, franse dingen. Alles op zijn plaats, nooit melig. Deca heeft blijkbaar ook zijn tijd genomen alvorens te debuteren. Dat siert hem. Dit is dus meteen ook rijp werk. Het is er tekstueel nooit over, maar ook nooit onder. Dat gevoel voor balans is zeer belangrijk en volgens mij kan dit een grote worden. Deca kan het perfect doseren en het is dat beetje dat maakt dat je boven de rest uitsteekt. Hij maakt goeie en afgewerkte liedjes, mooi en soms mysterieus gearrangeerd door Fonderie en een handvol getalenteerde muzikanten. Ik denk dat dit generatieloze muziek is, ik bedoel dat dit jong en oud kan aanspreken. Ik zie een link met kleinkunst uit de jaren 70 – Vanuytsel of Jan De Wilde – of met Van Veen. Ik noem die mensen gewoon om een verwantschap te benoemen, want Deca gaat zijn eigen weg.